Nieuwe regels WW-premie

Wist u dat er sinds 1 januari nieuwe regels gelden voor de berekening van de WW-premie?


Verschillen in hoogte WW-premie

De Wet Arbeidsmarkt in Balans – WAB- is in 2020 ingegaan. Met de WAB wil de overheid werkgevers stimuleren om meer werknemers een vast contract aan te bieden. Daarom hangt de hoogte van de WW-premie nu af van het type arbeidscontract van je werknemer. Sinds 1 januari 2020 gelden er nieuwe regels voor de berekening van de WW-premie.

Wat is er veranderd in de WW-premie?

Je betaalt een lage WW-premie voor werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract. De minister van SZW stelt de premiepercentages jaarlijks vast. In 2020 zijn dit de percentages:

  • Lage WW-premie: 2,94 %  
  • Hoge WW-premie: 7,94 %

Het verschil tussen de hoge en de lage WW-premie is dus 5 procentpunt. Met andere woorden: voor een werknemer in vaste dienst met een maandloon van 2000 euro betaal je 58,80 euro WW-premie per loontijdvak. Heeft diezelfde werknemer een tijdelijk contract, dan betaal je 158,80 euro premie. Een verschil van maar liefst 100 euro!

Lage WW-premie

Er zijn vier concrete situaties waarin je als werkgever altijd een lage WW-premie betaalt voor een werknemer. 

1. Je werknemer heeft een contract voor onbepaalde tijd (vast contract). Het contract moet schriftelijk zijn vastgelegd en een vaste arbeidsomvang hebben. Het mag dus niet gaan om een oproepcontract.

2. Je werknemer is jonger dan 21 jaar en krijgt niet meer dan 52 uur per kalendermaand (of 48 uur per vier weken) betaald.

3. Je werknemer is een leerling die de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgt. Je moet dan wel een schriftelijke overeenkomst hebben met de BBL-leerling, voorzien van een dagtekening.

4. Je betaalt je werknemer een uitkering werknemersverzekeringen als werkgeversbetaling of als eigenrisicodrager. Voor deze uitkering aan je werknemer geldt de lage WW-premie.

Hoge WW-premie

Voor alle soorten arbeidscontracten anders dan het dienstverband voor onbepaalde tijd moet je voor je werknemers de hoge WW-premie afdragen. Denk bijvoorbeeld aan:

  1. tijdelijke contracten
  2. oproepcontracten (bv. nulurencontracten en min-maxcontracten)
  3. fictieve dienstbetrekkingen
  4. arbeidsovereenkomsten zonder schriftelijk contract
  5. uitzendcontracten met uitzendbeding

Bron: Ondernemenmetpersoneel.nl

 

© Rooi Werkt / TekstBalk Redactiebureau        Foto's Ellis Rijkers        Disclaimer

Web development by Fruitcake